Deel 2 - de overheid en de praktijk
Themadag Netwerk Vitale Landbouw en Voeding:
Landbouw in de 21ste eeuw: van schaarste naar natuurlijke overvloed
In zijn beschouwing ‘Ecologie en economie hand in hand’ heeft dr. ir Joan Reijs, projectleider landelijk meetnet effecten mestbeleid, aangetoond dat een bedrijfsvoering in de melkveelandbouw met het gebruik van minder krachtvoer het milieu kan ontlasten en evengoed een hoger netto bedrijfsresultaat op kan leveren. Hij noemt een aantal cruciale elementen voor een rendabele bedrijfsvoering:
- benutting van eigen mest en voer;
- verhogen van de ruwvoeropbrengst;
- goede bodemkwaliteit;
- ‘de kunst van het boeren’.
Om de kunst van het boeren onder de knie te krijgen zijn een aantal eigenschappen van groot belang. Behalve hoogwaardige kennis en een goede toepassing, zijn vooral een eigen strategie en visie en het goed kennen van de eigen zwakke en sterke punten noodzakelijk.
Wat hebben we nu nog nodig om hiermee verder te komen? Joan Reijs doet een beroep op de toehoorders met een laatste opsomming:
- kennis ontwikkelen;
- ruimte in wetgeving creëren;
- oog voor milieukundig, economisch en sociaal effect;
- een eenduidige opvatting over de manier van boeren.
Tussen de beschouwingen van de verschillende sprekers op deze themadag door trekt dagvoorzitter Herman Wijffels vast een eerste conclusie: ecologische en sociale zorgvuldigheid is de basis voor een goede omschakeling naar de kringlooplandbouw. Wij krijgen nog de welluidende boodschap mee dat door zelforganisatie chaos omgevormd kan worden naar negatieve chaos wat per saldo een positief resultaat oplevert.
Namens het ministerie van VROM gaf Johan Klitsie inzicht in de beleidsbepalende thema’s voor de overheid:
- mondiaal: klimaat, biodiversiteit en voedselzekerheid;
- Europa: herziening van het landbouwbeleid als verbinding met maatschappelijke doelen;
- Nederland: maatschappelijk debat veehouderij (denk aan megastallen, dierenwelzijn, volksgezondheid).
Een eco-efficiënte landbouw is het aangrijpingspunt om te komen tot het doel: een eco-neutrale landbouw, zo betoogde Johan Klitsie waarbij hij aangaf dat de kringlooplandbouw wat het ministerie betreft wel wordt onderkend, maar er nog wel wetenschappelijke onderbouwing nodig is. Toch kon hij ons ook melden dat er een lijvig rapport is verschenen naar aanleiding van onderzoek wat is verricht in opdracht van CLM. Een aantal aanbevelingen uit dit rapport om bedrijfsspecifieke kringloopprestaties te borgen:
- optimaal gebruik hulpbronnen;
- selectief gebruik van externe input;
- realisatie van inkomen over een langere termijn;
- respect voor natuurlijke systemen.
Voor certificering geldt dat het gehele bedrijfssysteem moet betreffen. Bovendien ziet men dit het liefst in een groeimodel: eerst voor stikstof en fosfaat. Ook ziet het ministerie dat er wordt gecertificeerd over meerdere niveaus.
De conclusie van de overheid is dat om tot een goed kringloopbeleid te kunnen komen stakeholders nodig zijn.
Nu even tussendoor een paar praktijkverhalen. Henk en Wilma den Hartog uit Amstelveen, benadrukten op aandoenlijke wijze hun motivatie voor transitie van een groot melkveebedrijf naar een kringloopbedrijf gecombineerd met recreatie: hartstocht. Ondanks alle moeilijkheden die zij hebben moeten overwinnen zijn zij trots op wat ze met hun bedrijf bereikt hebben door middel van hun duurzame productiewijze: pure graze.
De Friese fouragehandelaar Theo Mulder, gek op oneliners, motiveerde zijn betoog over duurzaam fourageren met het inzicht: ‘van voedingsmiddel naar levensmiddel’. We kunnen de bodemvruchtbaarheid verhogen door meer organische stof, humusvorming, sporenelementen, gefermenteerd materiaal, compost, gesteente melen en nuttige micro-organismen.
Want: ‘het zit ‘em in de bodem!’
lees het hele verslag
Nieuws
sponsoring
Activiteiten
Zoek
