Deel 1 - de wetenschap
Themadag Netwerk Vitale Landbouw en Voeding:
Landbouw in de 21ste eeuw: van schaarste naar natuurlijke overvloed
Het tijdperk van de industriële landbouw is ten einde. 21 augustus jongstleden is het keerpunt aangebroken waarop het benutten van de bronnen door middel van lineaire landbouw het draagvermogen van de aarde overschrijdt. Dagvoorzitter Herman Wijffels benadrukte op deze drukbezochte 6de oktober in de Vredeskerk in Wageningen de noodzaak van een andere lanbouwmethode.
Kringlooplandbouw
Diverse sprekers van wetenschapper tot boer en van fourage ondernemer tot klankdeskundige onderstreepten dit inzicht. Zij bepleitten een omwenteling van onze landbouwmethoden met voorbeelden uit de praktijk en wetenschappelijke onderbouwingen waaruit blijkt dat we anders moeten gaan denken en handelen willen we allemaal kunnen blijven eten. Allemaal dus. Dat is mogelijk door het invoeren van ‘nieuwe’ landbouwmethoden. Zo nieuw zijn deze methoden niet eens. Het zijn de methoden van het natuurlijk boeren, gebaseerd op de kringlooplandbouw. In de jaren dertig van de vorige eeuw werden deze methoden nog op wetenschappelijk niveau gedoceerd. Na de oorlog echter was men van mening dat vooral bij melkveebedrijven, door schaalvergroting en opvoering van productie, een hogere levensstandaard kon worden bereikt.Deze landbouwvernieuwing heeft weliswaar tot directe ecomomische ‘vooruitgang’ geleid voor de boeren, maar voor onze leefomgeving zeer kwalijke gevolgen gehad. Dusdanig kwalijk dat we ons nu geconfronteerd zien met een point of no return.
Jaap van Bruchem, Wetenschapper en voormalig hoofddocent Universiteit van Wageningen, ook wel ‘de knotsgekke man van Wageningen’ genoemd, benadrukt dit systeem gebaseerd op maximaal economisch reultaat, ook heeft geresulteerd in een dramatische afname van stikstof in de bodem. Met behulp van kwantumtechnologie en de technologie van fractals waarbij uitgegaan wordt van complexe systemen promoot hij de kringlooplandbouw als missie met de vijf uitgangspunten voor kwantumlandbouw bodem – landbouw – dier – mest - kringloop
Sjoerd Sluis die ondernemer is van de teelt technische adviesgroep Horti Nova, ging verder in op het belang van een gezonde bodem waarbij gestreefd wordt naar levende biologisch actieve bodems. In een gezonde bodem zorgen mineralen op maat voor evenwichtige groei. Hierdoor produceert de plant makkelijker en is van een betere kwaliteit. Door het voorkomen van stess bij planten op deze manier is het gewas beter beschermd tegen ziekten. Door deze methode zijn veel minder tot geen meststoffen nodig, wat een ingewikkelde wetgeving overbodig maakt.Om tot een gezonde bodem te komen zijn een aantal zaken nodig: een goede bodemstructuur, aanwezigheid van mineralen als magnesium en calcium en bodemleven bestaande uit wormen.De functies van het actieve bodemleven, de wormen dus, bestaan uit het aanbrengen van een goede bodemstuctuur, zij breekt gewasresten af zodat nieuwe gewassen geen 'oude' infecties kunnen oplopen en zij zorgt voor een goede samenwerking van de plant (wortels) met het biologisch milieu waardoor exudaten worden afgescheiden. Dit proces heet protozoa: het omzetten van compost in bacteriën die weer stikstof leveren.Het principe van het actieve bodemleven is dus dat de plant de wortel beter laat groeien waardoor exudaten worden afgescheiden die ervoor zorgen dat via protozoa stikstof wordt toegevoegd aan de bodem.
Frank Verhoeven bepleit vervolgens de mineralenkringloop van nitraat, fosfor en calcium op een dusdanige wijze dat dit economisch gewin oplevert. Belangrijk is volgens hem daarbij het openhouden van het agrarisch gebied middels een kringloopmilieucertificaat. Met zijn Boerenverstand consultancybureau en de website duurzaamboerblijven.nl voert hij zijn marketingmotto:
bedrijfskracht – gebiedskracht – ketenkracht
Door middel van statistisch onderzoek toonde dr. ir Joan Reijs, projectleider landelijk meetnet effecten mestbeleid, het economisch nut van lage nitraatoverschotten. Hoewel de opbrengst per koe minder is bij melkveebedrijven met lage nitraatoverschotten hebben deze bedrijven gemiddeld wel een hogere netto bedrijfsresultaat.
Het ontlasten van het milieu brengt dus geld op!
deel 2: overheid en praktijk
In zijn beschouwing ‘Ecologie en economie hand in hand’ heeft dr. ir Joan Reijs, projectleider landelijk meetnet effecten mestbeleid, aangetoond dat een bedrijfsvoering in de melkveelandbouw met het gebruik van minder krachtvoer het milieu kan ontlasten en evengoed een hoger netto bedrijfsresultaat op kan leveren. Hij noemt een aantal cruciale elementen voor een rendabele bedrijfsvoering:
- benutting van eigen mest en voer;
- verhogen van de ruwvoeropbrengst;
- goede bodemkwaliteit;
- ‘de kunst van het boeren’.
Om de kunst van het boeren onder de knie te krijgen zijn een aantal eigenschappen van groot belang. Behalve hoogwaardige kennis en een goede toepassing, zijn vooral een eigen strategie en visie en het goed kennen van de eigen zwakke en sterke punten noodzakelijk.
Wat hebben we nu nog nodig om hiermee verder te komen? Joan Reijs doet een beroep op de toehoorders met een laatste opsomming:
- kennis ontwikkelen;
- ruimte in wetgeving creëren;
- oog voor milieukundig, economisch en sociaal effect;
- een eenduidige opvatting over de manier van boeren.
Tussen de beschouwingen van de verschillende sprekers op deze themadag door trekt dagvoorzitter Herman Wijffels vast een eerste conclusie: ecologische en sociale zorgvuldigheid is de basis voor een goede omschakeling naar de kringlooplandbouw. Wij krijgen nog de welluidende boodschap mee dat door zelforganisatie chaos omgevormd kan worden naar negatieve chaos wat per saldo een positief resultaat oplevert.
Namens het ministerie van VROM gaf Johan Klitsie inzicht in de beleidsbepalende thema’s voor de overheid:
- mondiaal: klimaat, biodiversiteit en voedselzekerheid;
- Europa: herziening van het landbouwbeleid als verbinding met maatschappelijke doelen;
- Nederland: maatschappelijk debat veehouderij (denk aan megastallen, dierenwelzijn, volksgezondheid
Een eco-efficiënte landbouw is het aangrijpingspunt om te komen tot het doel: een eco-neutrale landbouw, zo betoogde Johan Klitsie waarbij hij aangaf dat de kringlooplandbouw wat het ministerie betreft wel wordt onderkend, maar er nog wel wetenschappelijke onderbouwing nodig is. Toch kon hij ons ook melden dat er een lijvig rapport is verschenen naar aanleiding van onderzoek wat is verricht in opdracht van CLM. Een aantal aanbevelingen uit dit rapport om bedrijfsspecifieke kringloopprestaties te borgen:
- optimaal gebruik hulpbronnen;
- selectief gebruik van externe input;
- realisatie van inkomen over een langere termijn;
- respect voor natuurlijke systemen.
Voor certificering geldt dat het gehele bedrijfssysteem moet betreffen. Bovendien ziet men dit het liefst in een groeimodel: eerst voor stikstof en fosfaat. Ook ziet het ministerie dat er wordt gecertificeerd over meerdere niveaus.
De conclusie van de overheid is dat om tot een goed kringloopbeleid te kunnen komen stakeholders nodig zijn.
Nu even tussendoor een paar praktijkverhalen. Henk en Wilma den Hartog uit Amstelveen, benadrukten op aandoenlijke wijze hun motivatie voor transitie van een groot melkveebedrijf naar een kringloopbedrijf gecombineerd met recreatie: hartstocht. Ondanks alle moeilijkheden die zij hebben moeten overwinnen zijn zij trots op wat ze met hun bedrijf bereikt hebben door middel van hun duurzame productiewijze: pure graze.
De Friese fouragehandelaar Theo Mulder, gek op oneliners, motiveerde zijn betoog over duurzaam fourageren met het inzicht: ‘van voedingsmiddel naar levensmiddel’. We kunnen de bodemvruchtbaarheid verhogen door meer organische stof, humusvorming, sporenelementen, gefermenteerd materiaal, compost, gesteente melen en nuttige micro-organismen.
Want: ‘het zit ‘em in de bodem!’
Nieuws
sponsoring
Activiteiten
Zoek
