Zeldzame huisdierrassen

Oude huisdierrassen, die de basis vormden voor de moderne rassen, zijn kleine populaties geworden of worden zelfs met uitsterven bedreigd. Zij kunnen het niet meer opnemen tegen de moderne hoogproductieve rassen, ze zijn zeldzaam geworden. Toch zijn er goede redenen om deze bedreigde rassen te behouden vinden ook wij bij MAK Blokweer. Deze rassen hebben namelijk een cultuurhistorische waarde. Zij vormen een bron van biologische verscheidenheid en laten zien welke variatie aan rassen onze voorouders met gerichte selectie en fokkerij hebben bereikt. Maar ze blinken ook uit door hun recreatieve waarde, ze vallen op door hun grote variatie aan kleur, aftekeningen en kleur. Daarnaast zijn ze, doordat ze weinig eisen stellen aan hun omgeving, prima geschikt voor begrazing van ons natuurpark en sober en sterk genoeg om het hele jaar door dag en nacht buiten door te brengen. Behalve een hoge educatieve waarde hebben onze dieren ook een recreatieve waarde: kinderen mogen een ratje en een muisje op de hand nemen en de varkens masseren en geiten borstelen.

Nederlandse Landgeiten
De Nederlandse Landgeit is een stevige, middelgrote geit met horens. Vooral de bokken hebben zware, meestal liervormige horens, en vaak een bokkenpruik en een wipneus. Bokken zijn altijd langharig, terwijl de geiten ook kort-ruigharig kunnen zijn. De vachten variëren van bont, met zwarte, bruine, beige of blauwe vlekken, tot een enkele keer helemaal wit.

geit_bo landgeit_winter landgeit

De Nederlandse landgeit wordt vooral als hobbydier gehouden en soms worden ze gemolken. Daarnaast worden ze ingezet bij de begrazing van natuurterreinen.

Geschiedenis
De Nederlandse landgeit bepaalde eeuwenlang het gezicht van de geitenstapel in ons land, maar in begin van de zestiger jaren was de landgeit op enkele exemplaren na verdwenen. Enkele dieren, wat al te fanatieke “leiders” uit een schaapskudde in het Gooi, werden geschonken aan de dierentuin Blijdorp te Rotterdam. De toenmalige directeur van deze dierentuin, dr. A.C. van Bemmel, ging fokken met deze en enkele andere landgeiten, die nog voldoende het type hadden.

Toen deze landgeitengroep de dierentuinomvang ontgroeide ging een koppeltje van 4 geiten en 4 bokken in 1971 naar het Rijksinstituut voor Natuurbeheer in Leersum. Dit koppel groeide in omvang en er kon worden geselecteerd op het oorspronkelijke type, zoals dat werd afgeleid van oude afbeeldingen op schilderijen. Inmiddels zijn er 2000 geiten en 200 bokken ingeschreven in het stamboek van de Landelijke Fokkersclub van Nederlandse Landgeiten.

Er lopen zo’n 25 goedgekeurde landgeiten in het natuurpark van MAK Blokweer. November en in december komt er een goedgekeurde dekbok die wat geiten dekt. In april en mei worden de geitlammeren geboren.

Bonte bentheimers
De Bonte Bentheimer is een middelgroot landvarken met loboren. Ze hebben korte bekken en een onregelmatig vlekkenpatroon. Zeugen worden zo’n 70 cm schouderhoogte en 180 kg. Beren 75 cm en 250 kg. Ze worden gewaardeerd om hun goede vruchtbaarheid en moedereigenschappen. Ze hebben een lange gebruiksduur en zijn vriendelijk van karakter, waardoor ze goed geschikt zijn om op kinderboerderijen te houden.

badderen snoetjes lui

Geschiedenis
De geschiedenis van de Bonte Bentheimers begint in het midden van de 19de eeuw. Het Bonte Bentheimer varken was een geliefd varken door zijn goede vruchtbaarheid, vriendelijke karakter en goede moedereigenschappen. De biggen waren gewilde handelswaar vanwege hun goede vlees-kwaliteit en vlekkenpatroon.

De hoogtijdagen van dit Duitse landvarken lagen rond 1950. De 2e wereldoorlog was net voorbij en Duitsland moest opnieuw worden opgebouwd. Doordat de Bonte Bentheimer goedkoop en eenvoudig te houden was, maar ook vruchtbaar en een uitstekende kwaliteit vlees leverde, werden ze erg populair.
Maar met de groei van de economie veranderde de vraag van de consument. Er werd nu vetarm vlees gevraagd. De Bonte Bentheimer kon niet op tegen de huidige veredelde landvarkens qua vlees/vetverhouding en begon steeds meer terrein te verliezen. In de jaren ‘90 van de vorige eeuw waren er nog maar zo’n 100 fokdieren en werd het ras met uitsterven bedreigd. De hardnekkigheid van de heer Schulte-Bernd, het bewuster worden van de mens, met daarbij horend de vraag naar regionale producten, zijn een impuls voor een nieuwe bloeitijd voor het Bonte Bentheimer varken. Inmiddels zijn er inmiddels 400 dieren in Duitsland en enkele in Nederland en hebben we ook in Nederland een vereniging en stichting die zich inzet voor het behoud van dit Duitse of toch Nederlandse landvarken.

Wij hebben 2 bonte Bentheimers. Ze zijn geboren op 12 juli 2008. Het zijn een gecastreerd beertje Sjaak en een zeugje Olijfje.

Mergellandschaap
Het Mergellandschaap vindt haar oorsprong op de kalkrijke mergellandgronden in Zuid-Limburg en België.
Het is een groot en ongehoornd schaap. De kop is lang en slank, wigvormig en gevlekt. Het neusbeen is gebogen, de neusspiegel is gepigmenteerd. De romp is lang en smal. De poten zijn gevlekt, de hoefjes zijn donker. De staart is grof bewold en lang, tot aan de hak of langer, het uiteinde soms gekruld.Verder kenmerkt het Mergellandschaap zich door geringe ziektegevoeligheid, probleemloze geboorten, en een relatief hoge vruchtbaarheid.

mergell mergell_kop mergell_kudde

Geschiedenis
Het Mergellandschaap is nooit erg talrijk geweest. Door veranderde landbouwpraktijken nam het aantal Mergellandschapen halverwege de vorige eeuw nog verder af. Door veel inspanning van enkele enthousiaste liefhebbers van het ras kon met de weinige overgebleven dieren de laatste decennia weer een levenskrachtige populatie gefokt worden. In 2000 stonden er 1507 dieren in het stamboek van “Oos Mergelland Sjaop” ingeschreven.

Sinds begin jaren negentig worden kuddes ingezet voor het beheer van natuurterreinen, bijvoorbeeld de kalkgraslanden op de Pietersberg, de stadswallen van Maastricht of de bermen nabij de stad.

Wij houden zo’n 15 goedgekeurde fokooien. Elk najaar komt er een goedgekeurde ram de ooien dekken en eind april en mei lammeren de ooien af.

Noord Hollandse Blauwen
De Noord-Hollandse Hoenders behoren tot de zware vleesrassen. Ze hebben een enkele, rechtopstaande kam. De beenkleur is wit. De kleurslag is koekoek. Ze hebben een rustig karakter.

Geschiedenis
In de eerste helft van de twintigste eeuw was er grote vraag naar witvlezige slachtkuikens op de Amsterdamse pluimveemarkt. Dit hing samen met de vraag naar kippenvlees door de grote joodse gemeenschap in deze stad. Om hieraan te voldoen werden Mechelse Koekoeken ingevoerd. Dit ras kon zich echter niet handhaven in dit gebied.
Vervolgens zijn dieren van dit ras gekruist met de in deze streek aanwezige hoenders. Deze mestkippen werden later gekruist met Plymouth Rock, een Amerikaans ras, om de eierproductie op te voeren. In de dertiger jaren van de 20e eeuw was het al een vrij uniform ras, dat vanwege het blanke vlees door poeliers erg gewaardeerd werd. Daarnaast bestond er een goede markt voor ’piepkuikens’ (drie maanden oude kuikens) en daarvoor bleek de Noord-Hollandse Blauwe uitermate geschikt. Door concurrentiestrijd met Amerikaanse rassen kon dit ras het na de Tweede Wereldoorlog niet meer bolwerken. Het laatste grote fokbedrijf van Noord-Hollandse Blauwen werd in 1977 gesloten. Op dit moment zijn er verschillende fokkers en een vereniging die zich inzetten voor het behoud van de Noord Hollandse Hoen.

Ons toompje wat bestaat uit 1 haan Arie en zijn 3 hennen scharrelen rond op het erf. De eieren zijn te koop.